De regen achter de regenboogtrui

‘Jij doet dat altijd zo makkelijk.’ ‘Het lijkt wel alsof het je geen enkele moeite kost.’ ’Doet het wel iets met je?’ Ik krijg het vaak te horen, aan mij zie je niks. Ik laat niet merken welke koersen belangrijk zijn en welke uitslag ertoe doet. Althans, aan de buitenkant.

Ik heb een tijdlang nagedacht of ik deze blog met jullie wilde delen. Omdat het een open verhaal is. Mijn blijdschap, verdriet of teleurstelling deel ik liever met mensen die dichtbij me staan, niet met de camera. Maar toen ik vorige week in Innsbruck als eerste over de streep kwam, kon ik mijn tranen even niet meer binnenhouden. En omdat ik dat normaal nooit heb, viel dat op.

Druk
Er wordt in de topsport niet veel gepraat over de druk die komt kijken bij zulke grote wedstrijden. Je hebt er zin, hebt goed getraind en bent er klaar voor. Punt. En juist daarom wil ik delen hoeveel bloed, zweet (veel) en tranen er achter deze overwinning zitten.

Deze wedstrijd, het wereldkampioenschap, was anders dan alle andere. In het wielrennen zijn er een paar wedstrijden die er extra toe doen. Een aantal grote voorjaarsklassiekers en etappekoersen, de Olympische Spelen en het wereldkampioenschap. Alle belangrijke wedstrijden had ik al een keer gewonnen, maar die regenboogtrui ontbrak nog.

“Ik realiseerde me maar al te goed dat dit mijn beste kans was om wereldkampioen te worden.”

Het parcours in Innsbruck was prach-tig, mij op het lijf geschreven. Ik realiseerde me maar al te goed dat dit mijn beste kans was om wereldkampioen te worden, het was misschien wel nu of nooit. Maar wat begon als doel voor mijzelf en de ploeg, groeide langzamerhand uit tot een doel voor heel wielerminnend Nederland.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Foto: Carla Nagel

Inmiddels weet ik dat liefhebbers en media vrij hard zijn in hun oordeel. Ze zouden alleen tevreden zijn als ik of Annemiek zou winnen zonder dat we tegen elkaar zouden rijden. Dat wij allebei een grote kans maakten, was natuurlijk smullen voor de pers – een onderlinge strijd doet het altijd goed.

Achter de schermen
En dus beheerste het WK mijn hele jaar, of het nu te merken was of niet. Want op verjaardagen at ik rustig een taartje mee, maar onder mijn spijkerbroek droeg ik mijn herstelsokken en in mijn tas zat altijd een bidon water. Ik ben geen trainingsbeest en kwam meestal in vorm door het rijden van wedstrijden. Dit jaar heb ik het minste aantal wedstrijddagen ooit gehaald en nog nooit eerder zo veel getraind. We aten thuis tonnen groenten en fruit. Afgezien van de keren dat Sierk Jan echt een patatje ‘nodig had’ dan :). Sierk Jan plande mijn trainingen, motiveerde me en zag af in mijn wiel. Achter de schermen werkten we hard.

“Het WK was inmiddels overal, maar zin in de wedstrijd had ik allang niet meer.”

Ik vond een fantastische nieuwe trainingsvorm in het mountainbiken. Sloeg voor het eerst de Giro over en ging op trainingskamp naar Oostenrijk om alle parcoursen in mijn hoofd te krijgen. Intussen koerste mijn ploeg zonder mij. Soms ook grote wedstrijden waar we eigenlijk te weinig rensters voor hadden. Ik voelde me schuldig tegenover mijn ploeggenoten, maar kon perfect trainen.

Nog maar één gespreksonderwerp
September kwam snel dichterbij en het WK was inmiddels overal. In de familie-app werd besproken wie met wie mee zou rijden en wie waar zou slapen, vriendinnen probeerden nog een plekje bij iemand in de tent te scoren. Als ik aan het trainen was riepen andere wielrenners me toe: ‘Succes in Innsbruck!’ en in de media bereikten de speculaties over hoe de zogenaamde Anna en Annemiekshow zou eindigen een hoogtepunt. Er bestond nog maar één gespreksonderwerp. Ja, ik had al zoveel tweede plaatsen op WK’s verzameld en was een van de topfavorieten. Maar zin in de wedstrijd had ik allang niet meer.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Foto: Cor Vos

Er spookte van alles door mijn hoofd. ‘Ik ben nu al zenuwachtig, maar het duurt nog een maand. Wat als ik tegenval, toch te moe ben, een slechte beslissing maak in de koers? Wat als ik deze kans verspeel?’ Normaal ben ik degene die als eerste zegt: het is maar een wedstrijd. Maar deze keer voelde het anders, iedereen die me succes wenste, kon ik wel schieten. Sierk Jan zat in de Vuelta en we belden iedere avond, maar aan de telefoon was ik chagrijnig en kon me er slechts met moeite toe zetten iets liefs tegen hem te zeggen.

“Wat als ik tegenval, wat als ik deze kans verspeel?”

Weer zilver
We begonnen aan het WK met één van mooiste disciplines in het wielrennen: de ploegentijdrit. We hadden hard getraind en waren er klaar voor. We konden dit seizoen samen afsluiten op een toffe manier, en dat deden we, maar wel met zilver. Ik was teleurgesteld. Maar waarom eigenlijk? We hadden er alles uitgehaald en konden tevreden zijn. Ik herkende mezelf haast niet terug en vroeg me af: is dit een voorbode van wéér zo’n WK?

Dinsdag was de tijdrit. Dit jaar mocht mijn eigen ploegleider mee in de auto. Ik was blij dat Danny weet hoe ik alles hebben wil en de boel regelde. Dat hij net zo gefocust is als ik en niet teveel vragen stelt als ik gespannen ben. De tijdrit ging perfect, alles verliep volgens plan. En ik werd … tweede, alweer. Met moeite worstelde ik me door de persconferenties heen. ‘Ja, zilver. Voor de zesde keer, ik weet het.’

(Tekst gaat verder onder de foto)

Foto: Cor Vos

Donderdagavond ontvluchtte ik het hotel. Met familie, vrienden, en Sierk Jan, gingen we wat eten ergens in Innsbruck. Het was gezellig en we praatten over van alles behalve fietsen. Oh ja, of ik al zenuwachtig was? ‘Nee hoor, vanavond niet. Dat komt morgen wel’, zei ik dan maar luchtig.

“De tranen waren van opluchting, van alle druk die van mijn schouders viel.”

De wedstrijd
Zaterdag. Wedstrijddag. Ik had zowaar goed geslapen en keek uit naar de start. Had ik er zin in, zoals het hoort? Nee. Dit was iets wat ik moest doen, maar wel meer dan klaar voor was. De wedstrijd verliep bijna volgens plan, enkel de valpartij van Ellen en Annemiek niet. De meiden waren goed. Ik voelde me goed, heel goed. Dit kan nog weleens wat worden, dacht ik. Ik werd wereldkampioen.

Die tranen waren van opluchting. Van alle druk die van mijn schouders viel. Omdat er zoveel lieve mensen voor mij hiernaartoe waren gekomen die hier ook zo hun best voor hadden gedaan en ik hen niet had teleurgesteld. Omdat ik zag dat die trui niet alleen voor mij wat betekende, maar ook voor al die mensen die hier naartoe hadden geleefd.

Wat was dit verschrikkelijk. Verschrikkelijk mooi.

En nu heb ik er zin in om lekker te gaan fietsen in een hele mooie trui.

Anna

Foto: Cor Vos

By |2018-10-09T13:03:02+00:00 dinsdag , 9 oktober, 2018|Laatste nieuws|Reacties uitgeschakeld voor De regen achter de regenboogtrui