Voor de tweede keer in haar carrière heeft Anna de Giro Rosa gewonnen. Ze verdedigde zondag met succes haar voorsprong in het klassement, tijdens de slotetappe van de tiendaagse Italiaanse koers. Al in de tweede etappe veroverde Anna de roze leiderstrui en die stond ze in de acht etappes daarna niet meer af. Zondag finishte ze in een kopgroep met de favorieten van het klassement, waarbij haar ploeggenote Megan Guarnier de snelste was in de sprint om de etappezege. Ook in 2015 won Anna de Giro Rosa. Vorig jaar eindigde ze als derde in het klassement.

“Ik ben ontzettend blij met deze eindzege”, laat Anna vanuit Italië weten. “Het verschil met twee jaar geleden was dat ik nu vanaf de tweede dag in het roze reed en ik heb gemerkt dat dat best wel vermoeiend was. Je moet altijd opletten en continu van voren zitten. En deed ik dat niet, dan kreeg ik wel op mijn donder van mijn team, haha. Voor hen wil je het dan ook doen. Dit is niet alleen voor mij, maar voor de hele ploeg een mooie zege. Dat zag je ook wel op die dag dat we een slag sloegen met de waaier. De hele ploeg heeft dit gewoon gedaan. Ik ben blij dat het er nu op zit en we het roze binnen hebben!”

De eindzege kwam er niet op basis van één of twee heel goede dagen, maar juist van tien dagen constant presteren en goed bij de les zijn. En dat begon al op de openingsdag. Daarin stond de ploegentijdrit op het programma, waar Anna met haar team Boels-Dolmans de overwinning pakte. Samen met haar ploeggenotes pakte ze al negentien seconden voorsprong op het eerstvolgende team in de uitslag. Nog meer op de andere ploegen en rensters. Een goede basis dus voor de rest van de Giro Rosa.

Op de tweede dag, vorige week zaterdag, werd direct ook de grootste slag geslagen. Waar de rit lange tijd zo goed als vlak was, reed Anna in de finale op de lange slotklim weg met Annemiek van Vleuten en Elisa Longo Borghini. Het resultaat; bijna twee minuten voorsprong op de eerste achtervolgers en met zijn drieën een flinke voorsprong genomen in het peloton. Zouden er geen gekke dingen gebeuren, dan leek het er op dat moment al op dat de strijd om de eindzege zou gaan tussen Anna, Van Vleuten en Longo Borghini.

En zo ging het ook. Een etappe voor de sprinters volgende op zondag en hetzelfde beeld speelde zich lange tijd af op maandag. Tot Van Vleuten de slag mistte toen het op de kant ging en er een strijd geleverd werd tussen het eerste peloton, onder aanvoering van Anna’s team Boels-Dolmans en nog een aantal andere teams, en het tweede peloton dat geleidt werd door Van Vleuten’s team Orica-Scott. Het kwam niet meer bij elkaar. Sterker nog; die tweede groep verloor twee minuten. Eén van Anna’s grootste concurrentes liep daarmee flinke averij op in het klassement en Longo Borghini, op 26 seconden, was de enige die nog binnen anderhalve minuut afstand stond in het klassement.

“Al vrij snel hoorden we dat Annemiek niet in de eerste groep zat.”

Na ruim 75 kilometer koers deed zich in die vierde rit de kans voor om het peloton op de kant te zetten en dat deed Boels-Dolmans dan ook. Anna: “Al vrij snel hoorden we van onze ploegleider Danny Stam dat Annemiek niet in de voorste groep zat toen het peloton brak. Daarop zijn we doorgegaan met rijden tot aan de finish, om zoveel mogelijk voorsprong op te bouwen.”

Revanche van Van Vleuten volgde een dag later. In de ontzettend zware individuele klimtijdrit, met lange stukken met een stijgingspercentage van rond de 20%, was Van Vleuten oppermachtig. Maar Anna finishte wel als tweede. Ze verloor weliswaar veertig seconden op haar Nederlandse concurrente, maar breidde de voorsprong op Longo Borghini uit naar een minuut, waar het verschil met Van Vleuten op 1.36 minuten kwam. “Die tijdrit was in ieder geval een goede dag voor het klassement. Ik heb op iedereen seconden gepakt, behalve dan op Annemiek. Ik houd absoluut van klimtijdritten! Maar deze was wel extreem hoor.”

In de dagen die daarna volgden, van woensdag tot en met zaterdag, deden de twee voornaamste concurrentes zeker nog pogingen om Anna aan te vallen. Echte verschillen werden er in die dagen echter niet meer gemaakt. En dus was er zondag nog één kans; de slotrit met in de finale de beklimming van de Vesuvius.

Zoals verwacht werd Anna op die slotklim aangevallen door de andere rensters uit de top van het klassement. Maar ze hield stand en samen met een stuk of acht andere rensters, reed ze naar beneden, waar Guarnier in de sprint uiteindelijk de ritzege naar zich toetrok. Zo was er voor Boels-Dolmans op de slotdag ook nog dubbel feest.

“Goed van voren blijven en voorin zitten met klimmen.”

Anna: “Ook in deze laatste rit was het weer heel warm. We reden eerst negen rondes door Napal, waarbij de hectiek me nog meeviel. Maar doordat alles over asfalt ging en dat warmte opnam, was het ook extra heet. In de finale gingen we dus van die ronde af en reden we een extra lus over de Vesuvius. Een klim van ruim vijf kilometer en daarna zo’n tien kilometer afdalen tot aan de finish.”

Daarbij volgden dus de aanvallen. “Voor mij was het zaak om goed van voren te blijven en voorin te zitten met het klimmen. Kasia Niewiadoma probeerde aan de voet van de Vesuvius aan te vallen. Daarna bleef een klein groepje over. Op twee kilometer van de top was het Annemiek die aanviel en vanaf dat moment bleef ik samen met haar en Elisa over. Zo reden we ook de afdaling, maar daarin gingen we niet heel hard. Onder de boog van de laatste kilometer kwamen die anderen weer terug. Toen heb ik de sprint voor Megan aangetrokken. Super dat zij ook nog de rit won!”

Door haar eindzege in de Giro Rosa heeft Anna na zondag ook weer de leiding terug in het klassement van de Women’s World Tour.

Foto’s: Sportfoto.nl