Etappes zoals je ze verder niet vaak ziet en ook tijdritten zoals je ze anders nooit rijdt. Dat is óók de Giro Rosa. Dinsdag stond zo’n tijdrit op het programma en daarin eindigde Anna als tweede, waardoor ze haar roze leidstrui met succes verdedigde. Woensdag volgde weliswaar een op papier vlakke etappe, maar ook die was toch best lastig en er moest echt opgelet worden. “Die tijdrit was in ieder geval een goede dag voor het klassement en vandaag heb ik goed stand kunnen houden, waar het peloton achter mij toch wel iets brak en wat rensters tijd verloren”, kijkt Anna terug.

Allereerst even terug naar die tijdrit, want dat was er echt niet zomaar één. Over 12,7 kilometer kwam Anna tot een eindtijd van 26.10 minuten. Dat is niet hard denkt u dan? En dat komt precies door het parcours. Daarin waren namelijk twee zeer zware beklimmingen opgenomen, waarbij de slotklim zelfs delen had met een gemiddeld stijgingspercentage van 20% en pieken van 30%! Anna gaf 41 seconden toe op winnares Annemiek van Vleuten. “Ik heb op iedereen seconden gepakt, behalve dan op Annemiek, die weer wat dichter is gekomen na haar goede tijdrit.”

Met het parcours was Anna in ieder geval blij en ze reed er dan ook goed op. “Ik houd absoluut van klimtijdritten! Maar deze was wel extreem hoor. We moesten twee keer over echt tegen een soort muur op rijden. Daarbij had ik, net als bijna iedereen voor een wegfiets gekozen. Annemiek was denk ik ongeveer de enige die wel op een tijdritfiets van start ging.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

En toch, op papier leek de tijdrit helemaal niet zo zwaar. Sterker nog, wij het routeboek bekeek dacht dat er twee verkeersdrempels in het parcours opgenomen waren. Anna: “We hebben wel even gelachen toen we het profiel in het routeboek terugkeken. De tijdrit was echt extreem en zag er in het routeboek vrijwel vlak uit. Eerlijk gezegd denk ik dat het echt net wat té extreem was. De meiden die niet voor het klassement of een goede uitslag in de tijdrit gingen, hadden echt geen kans om vandaag een beetje energie te sparen.”

Amper herstelt van de tijdrit, stond woensdag dus de zesde etappe gepland. En wat een dag voor de sprinters moest worden, was nog helemaal niet zo’n gemakkelijke dag. “Het was erg warm”, vertelt Anna. “En we reden een parcours waarvan we vier ronden af moesten leggen, met daarin telkens twee klimmetjes. Mijn taak was om uit de problemen te blijven en voorin te eindigen, om zo geen achterstand op te lopen.”

Dat deed Anna dan ook. Ze werd achtste, waar achter haar inderdaad wat kleine tijdverschillen te noteren waren. “Het was een pittige aankomst, omdat er na het klimmetje een afdaling kwam en dan nog een dikke kilometer door de stad, met dus ook vrij veel bochten op het laatst. We hadden gezien dat het peloton elke ronde op een lang lint door de finish kwam, dus ik werd heel goed van voren gehouden door de ploeg. Helaas waren onze sprinters niet van voren, waardoor we deze keer geen sprint hoefden aan te trekken.”