Het was bijna niet te missen: vorige week sleepte Anna na een hele week in de roze trui de Giro Rosa binnen. Na tien dagen koers ging ze vanaf Schiphol direct door naar allerlei mediaoptredens. Nu ze eindelijk weer thuis is, is het tijd om terug te blikken.

Hoe is het om weer thuis te zijn?
‘Heerlijk rustig. Ik kan gewoon uitslapen of een uur televisie kijken als ik dat wil! Mensen vragen weleens wat ik tijdens zo’n koers in m’n vrije tijd doe. Nou, we zijn gewoon 24 uur per dag bezig. Ontbijten, ploegbespreking, wedstrijd, het podium op, dopingcontrole, terug naar het hotel, douchen, massage en dan avondeten. ‘s Avonds spelden we onze rugnummers op een schoon shirt en pakken we de koffers weer in voor de volgende dag. Dan heb je misschien nog een half uurtje om in bed wat te lezen en dat was het. Nu ik thuis ben, kan ik rustig herstellen. Ik fiets wel, maar gewoon een uurtje of twee om te ontspannen. En ik heb eindelijk tijd om bij familie langs te gaan of met m’n vriend uit eten te gaan.’

Een Giro zit altijd vol verrassingen, zei je eerder al over het routeboek. Wat maak je zoal mee tijdens tien dagen Italië?
‘Dat het profiel niet klopt is vaker zo in de Giro. We hebben weleens gehad dat een wedstrijd 25 kilometer langer bleek te zijn. Het was voor mij voor het eerst dat ik een vulkaan ben opgereden. Hij rookte zelfs een beetje! Vlak voor we weggingen hadden we gehoord dat de Vesuvius op het punt van uitbarsten staat. Zul je net zien dat dat ding uitbarst als ik erop rijd, dacht ik nog. Maar het blijkt dat ze “binnen enkele jaren” een uitbarsting verwachten …

Deze Giro waren we voor het eerst in Napels. Toen we aankwamen, kregen de buschauffeurs een plek toegewezen. Maar ze konden er niet komen omdat er zoveel vuilnis lag. Moesten ze eerst al die zooi aan de kant gooien voor ze de bus neer konden zetten. En naast die roze trui heb ik nog een nieuw record gehaald: 10 bidons leeg in één wedstrijd. Dat is me nog nooit gelukt. Ook al was dit mijn negende Giro, kwamen we achter na wat rekenen. Toen ik dat hoorde, voelde ik me een beetje de oma van het peloton.’

Een van de meest bizarre dingen was de tijdrit met een klim van 28 procent, hoe zwaar was dat?
‘Dit was de meest zware tijdrit die ik ooit gereden heb. Van tevoren hadden we ‘m al verkend met de auto. Toen vond ik het al eng, want het is zo steil dat je niet over de neus van de auto heen kunt kijken. Je ziet niks! Voor mijn ploeggenoten was dit geen rit waarin ze een beetje konden herstellen. Want je kunt gewoon niet langzaam recht omhoog, dan zak je weer terug.’

Je zei al eerder dat het best zwaar is om negen dagen in de roze trui te fietsen. Zonder roze trui is het al zwaar genoeg, denk ik. Hoe voelen je benen dan op zo’n laatste dag?
‘We hadden vooral ‘s ochtends even moeite om uit bed te komen. Dan zei Chantal, die naast me lag: “Oooh, het is net of er een vrachtwagen over me heen is gereden!” En je eetlust verdwijnt door de warmte en vermoeidheid. Je weet dat je zoveel mogelijk moet eten, maar eigenlijk heb je nergens zin in. De laatste dag was spannend. Het was bloedheet, er kon van alles gebeuren en dan moesten we ook nog op die vulkaan op. Je voelt je benen, maar niet veel meer dan op dag zes. Ik heb de eerste twintig kilometer nodig om even in te rijden, maar als dat eenmaal draait en je zit in de focusmode, is het goed.’

In Nederland was er zoals altijd weinig van de wedstrijd te zien. Maar dit jaar leken meer mensen dat vervelend te vinden. Wat kreeg je daarvan mee in Italië?
‘Er werd inderdaad over geklaagd, dat hoorde ik wel. Maar na die tijd was er wel veel media-aandacht, dat was echt anders dan toen ik in 2015 won. Dat ik daarna bij Eva Jinek mocht aanschuiven, is goede publiciteit voor het vrouwenwielrennen. Ik ben vooral blij dat die aandacht er wel is. Ik zou het jammer vinden als het een negatieve lading krijgt doordat iedereen alleen maar klaagt dat er niets te zien is. Maar ja, dat is ook aandacht hè?’

Toen je eenmaal terug was in Nederland had je aan aandacht in ieder geval geen gebrek. Wat kwam er toen allemaal op je af?
‘Op Schiphol werd ik al opgewacht en daarna ging ik direct door naar Jinek. De volgende dag ben ik bij Radio 1 geweest waar ik een heuse ode kreeg. Ik heb meerdere keren geroepen dat ik niet zo van huldigingen houd, maar die ode was echt tof. De gemeente Zwolle heeft het overigens aangeboden, een huldiging, maar van mij hoeft het niet. Dat Tom Dumoulin er een kreeg na zijn Giro-winst is anders. Die koers was drie weken lang op tv geweest, mensen hadden hem elke dag gezien en met hem meegeleefd. Dat is bij ons niet zo, dus dan is het voor maar weinig mensen leuk.’

Maar je gaat je roze trui nog wel even showen in de criteriums, toch?
‘Ja, ik rijd drie criteriums en daarna ga ik door naar de EK in Denemarken. De tijdrit is belangrijk, want daarmee is een extra startplek voor de WK in september te verdienen. Maar eerst lekker op vakantie. De afgelopen periode was zwaar en er lag veel druk op me, dus ik vind het fijn om even helemaal weg te zijn uit het wielrennen. Maar de fiets gaat wel mee hoor!’

Tekst: Marinde van der Breggen